
De eerste insulinepomp met continue glucosemonitoring
Hoe werkt het Paradigm REAL-Time insulinepomp- en continue-glucosemonitoringsysteem?

DE EERSTE INSULINEPOMP
MET CONTINUE GLUCOSEMONITORING
De Paradigm REAL-Time insulinepomp met continue glucosemonitoring is een insulinepomp die niet alleen insuline afgeeft, maar ook de mogelijkheid biedt om continu glucose te meten.
288 metingen per dag
De basis van continue glucosemonitoring wordt gevormd door een sensor die onderhuids wordt ingebracht. Uit de stroom van metingen die deze sensor doet, wordt iedere 5 minuten een gemiddelde glucosewaarde berekend. Zo ontstaan er dus
288 meetwaarden per dag waarmee het glucoseverloop uitstekend gevolgd kan worden. Deze techniek is door Medtronic ontwikkeld en wordt al enkele jaren door ziekenhuizen gebruikt om glucoseschommelingen bij diabetespatiënten gedurende een paar dagen te meten en na afloop te bekijken.
Continue glucosemonitoring gaat een stapje verder. Hierbij worden de actuele gemeten glucosewaarden op een scherm weergegeven. Omdat ook de trend aangegeven wordt en er bovendien alarmgrenzen kunnen worden ingesteld, geeft continue glucosemonitoring gebruikers de mogelijkheid om te reageren op wat er gebeurt. Door tijdig in te grijpen kunnen hypers en hypo’s vermeden worden en blijft de glucose binnen de zelfgekozen streefwaarden.
Onderzoek
Eind 2006 heeft het Amerikaanse vakblad 'Diabetes Care' (van de “American Diabetes Association”) de resultaten bekendgemaakt van het internationale GuardControl-onderzoek. Dit onderzoek toont aan dat diabetespatiënten die gebruik maken van de nieuwe continue glucosemonitoring van Medtronic, beter in staat zijn om hun bloedglucose te reguleren dan patiënten die alleen vingerprikmetingen gebruiken.
Het HbA1c-gehalte - een graadmeter voor de gemiddelde bloedglucose over een periode van 8-10 weken - van de groep patiënten die gebruik maakten van continue glucosemonitoring met de Guardian RT, was na 12 weken gemiddeld met 1 procentpunt gedaald en 26% van deze groep bereikte zelfs een verlaging van meer dan 2 procentpunten. Bij de groep patiënten die alleen gebruik maakten van vingerprikmetingen was de daling gemiddeld 0,4 procentpunten.
Deze resultaten zijn van belang, omdat uit andere onderzoeken is gebleken dat met iedere daling van het HbA1c-gehalte met 1 procentpunt, het risico op de complicaties van diabetes met 35% vermindert. Een lager HbA1c-gehalte verlaagt dus de kans op niercomplicaties, zenuwaandoeningen, oogafwijkingen en de aantasting van hart en bloedvaten.
Paradigm REAL-Time
De Paradigm REAL-Time is een geavanceerde insulinepomp waarmee de gebruiker de toediening van insuline eenvoudig kan aanpassen aan zijn of haar levensstijl. Daarnaast biedt deze pomp de mogelijkheid om continu actuele glucosewaarden af te kunnen lezen op een manier die identiek is aan de Guardian RT die in het GuardControl-onderzoek is gebruikt.
Met de introductie van Paradigm REAL-Time komt de kunstmatige bètacel een stukje dichterbij.
De Paradigm REAL-Time is nog niet in alle ziekenhuizen in België beschikbaar. Er loopt op dit moment een Gebruikers Evaluatie in enkele ziekenhuizen. De uitkomsten van dit onderzoek leiden hopelijk tot een snelle acceptatie en vergoeding van deze unieke insulinepomp-glucosemonitorsysteem combinatie in België.
HOE WERKT HET PARADIGM REAL-TIME INSULINEPOMP- EN CONTINUE-GLUCOSEMONITORINGSYSTEEM?
Download
Bronvermelding:
Referenties
1. DCCT Research Group. N Engl J Med. 1993;329(14): 977-86.
2. Bode BW, et al. Diabetes Research and Clin Practice. 1999. 46:183-90.
3. Kaufman FR, et al. Diabetes Care. 2001;24(12):2030.
4. Ludvigsson J, et al. Pediatrics. 2003. May;111(5 Pt 1):933-8.
5. Doyle (Boland) E. Diabetes Care. 2004. 27:1554-1558.
6. Bode B, et al. Diabetes Technol Ther. 2004;6(2):105-13.
7. Armstrong DU, et al. Diabetes. 2002;51(Suppl 2):373.
8. Gross TM, et al. Diabetes Technol Ther. 2003;5(3):365-9.
9. Koivisto VA, et al. Diabetes. 1986;35(1):78-82.
10. Carroll MF, et al. Endocr Pract. 2005;11:55-64.
11. Cucchiara S, et al. Diabetes Care. 1998;21(3)438-43.
12. Gabbe SG, et al. Am J Obstet Gynecol. 2000. Jun;182(6):1283-91.
13. Schernthaner G, et al. Exp Clin Endocrinol Diabetes.2001;109
Suppl 2:S94-108.
14. Weinzimer SA, et al. Pediatrics. 2004. Dec;114(6):1601-5.
15. Bode BW, et al. Postgraduate Medicine. 2002; 111(5):69-77.
16. Hirsch IB, et al. Diabetes Care. 2005. Mar; 28(3):533-8.
17. Ahern JAH. Pediatric Diabetes. 2002;3:10-15.
18. Gross TM, et al. Diabetes Technol Ther. 2000;2(Suppl 1):S19-26.
19. Skyler JS. Diabetes Technol Ther. 2000;2(Suppl 1):S7-12.
20. Pitzer KR, et al. Diabetes Care. 2001;24:881-885.
21. Lauritzen T, et al. Diabetologia. 1983;24(5):326-9.
22. Scholtz HE, et al. Sala JL eds. Mount Kisco, NY, Futura. 1989;163-83.
23. Medtronic Diabetes data on file.
