Behandeling door middel van neurostimulatie
Wat is neurostimulatie en hoe werkt het? |
Neurostimulatie maakt gebruik van een klein apparaat dat operatief onder de huid wordt ingebracht en dat nauwkeurig gecontroleerde lichte elektrische pulsen stuurt (die geven een tintelend gevoel) naar bepaalde gebieden van uw zenuwstelsel. Deze elektrische pulsen worden afgegeven via een geleidingsdraad (een speciale medische draad) die ook operatief wordt geïmplanteerd. |
![]() |
Hoe effectief is neurostimulatie?Neurostimulatie is een beproefd, effectief alternatief 1, 2, 3, 6 voor herhaalde rugoperaties, medicatie of andere pijnbehandelingen. Patiënten bij wie neurostimulatie succesvol is, ervaren doorgaans een afname van hun pijn met 50-88% en een verbetering in het vermogen om deel te nemen aan dagelijkse bezigheden. Neurostimulatie kan ook de behoefte aan extra pijnmedicatie en nog meer operatieve ingrepen verminderen of wegnemen.7,8,9 Onderdelen van een neurostimulatiesysteemHet neurostimulatiesysteem is een volledig implanteerbaar en programmeerbaar systeem, dat bestaat uit twee hoofdonderdelen - een neurostimulator en een geleidingsdraad - die allebei tijdens een operatie in het lichaam worden geplaatst. De neurostimulator wordt doorgaans onder de huid van de buik geïmplanteerd, waar deze het prettigst zit en het minst zichtbaar is, maar uw arts zal deze op de voor u meest aangewezen plaats aanbrengen. Met behulp van een programmeerapparaat stelt uw arts of verpleegkundige uw neurostimulatiesysteem zo in dat het uw pijn effectief bestrijdt. Hiervoor hoeft geen operatie te worden uitgevoerd. Dit gebeurt door middel van telemetrie, door de huid heen. |
Uw neurostimulator wordt geleverd met een patiëntenprogrammeerapparaat. Dit is een draagbaar apparaat, in grootte en vorm vergelijkbaar met een computermuis, waarmee u zelf uw stimulatie kunt wijzigen of regelen binnen de door uw arts geprogrammeerde instellingen. U kunt dit apparaat ook gebruiken om uw neurostimulator aan en uit te zetten. De batterij van uw neurostimulator gaat doorgaans 2-5 jaar mee, afhankelijk van hoeveel uur per dag het systeem wordt gebruikt en van de intensiteit van de stimulatie (elektrische pulsen). Wanneer de batterij bijna leeg is, verwijdert uw arts de neurostimulator tijdens een kleine operatieve ingreep en vervangt het door een nieuw apparaat. Hoe weet ik of neurostimulatie bij mij werkt?Uw arts zal een proefstimulatieonderzoek uitvoeren, waarmee kan worden voorspeld of neurostimulatie uw pijn zal verlichten. De neurostimulatietest kan poliklinisch worden uitgevoerd, maar u kunt ook kort in het ziekenhuis worden opgenomen. Het proefstimulatieonderzoek bestaat uit een eenvoudig proces van drie stappen:
Mensen die tijdens het proefstimulatieonderzoek niet voldoende pijnverlichting ervaren, krijgen geen permanent implanteerbaar systeem. Is neurostimulatie veilig?Uit klinisch wetenschappelijk onderzoek is gebleken 1, 6, 10 dat de kleine elektrische pulsen van het neurostimulatiesysteem geen ongewenste effecten hebben op het zenuwstelsel. Uit wetenschappelijk onderzoek is eveneens gebleken dat complicaties waarmee de geïmplanteerde onderdelen gepaard gaan, onschuldig zijn en weinig voorkomen 1. Neurostimulatie is omkeerbaar, wat wil zeggen dat het systeem, indien nodig, kan worden uitgezet of verwijderd. Gaat neurostimulatie gepaard met eventuele bijwerkingen of complicaties?Bijwerkingen en complicaties komen zelden voor bij neurostimulatie; ze treden slechts bij een klein aantal patiënten op. Voor neurostimulatie is echter wel een operatieve ingreep noodzakelijk en zoals geldt bij elke operatie is hieraan enig risico verbonden. Dit zijn o.a. infectie, bloedingen en pijn op de inbrengplaats. Neurostimulatie veroorzaakt geen slaperigheid, verwardheid of misselijkheid.De meest voorkomende ongewenste gebeurtenissen die kunnen optreden bij de neurostimulator zelf, zijn onder meer:
|
Neurostimulatie in één oogopslag |
Hoe werkt het?
Wat zijn de voordelen?
|
Referenties
1. Burchiel KJ. Spine 1996; 21:2786-94
2. Kumar K. Surgical Neurology 1998; 50:110-121
3. North RB. Neurosurgery 1993; 32:384-394
4. Lamer T. Mayo Clinic Proceedings 1994; 373-480
5. Gianino JM. Practical Patient Management 1996:127-154
6. Segal R. Neurological Research 1998; 20:391-396
7. North RB. Neurosurgery 1991; 28:692-699
8. Van Buyten. J Neuromodulation 1999; 2:258-265
9. Ohnmeiss DD. Spine J 2001; 1:358-363
10. Kemler MA. N Engl J Med 2000; 24:1811
11. Paice J. J Pain Symptom Manage 1996; 11:71-80
12. Winkelmuller M. J Neurosurg 1996; 85:458-467
13. Tutak V. South Med J 1996; 89:295-300
14. Roberts. Eur J Pain 2001; 5(A):353-361

