Medtronic
Medtronic
Medtronic
Medtronic Home | Over Medtronic | Gezondheidsinformatie | Informatie voor patiënten | Informatie voor professionele zorgverleners
   
   
   
Medtronic
Medtronic

Medtronic
Medtronic

Vervolgcontroles na implantatie

  • Doorgaans controleert een cardioloog of technicus die is gespecialiseerd in het programmeren van medische apparaten zoals pacemakers en implanteerbare cardioverter defibrillatoren (ICD's), de werking van het apparaat en de geleidingsdraden.
  • Een specialist op het gebied van hartfalen blijft uw aandoening controleren en behandelen.

Welk type zorg kan worden verwacht na implantatie van het apparaat?
Binnen enkele weken na implantatie van een cardiaal resynchronisatieapparaat, kan iemand zich energieker beginnen te voelen en zich weer goed genoeg voelen om enkele van de activiteiten uit zijn of haar normale leven weer op te pakken. Het is belangrijk om een arts of verpleegkundige om advies te vragen voordat aan nieuwe activiteiten wordt begonnen. Soms werken twee artsen samen bij de behandeling van een patiënt met een cardiaal resynchronisatieapparaat. Een specialist op het gebied van hartfalen blijft waarschijnlijk het hartfalen volgen, terwijl een andere arts, die is gespecialiseerd in medische implanteerbare apparaten, zoals pacemakers of ICD's, kan assisteren bij het controleren van de werking en het apparaat en de geleidingsdraden. U kunt met al uw vragen terecht bij een arts of verpleegkundige.

Aanpassing
Binnen enkele weken na de implantatie van een cardiaal resynchronisatieapparaat kunnen velen hun oude leven weer oppakken; ze kunnen weer reizen, zwemmen, werken en seksueel actief zijn, maar wel pas na overleg met de behandelend arts. Het is normaal dat de implantatie en het herstel gepaard gaan met veel emoties (opluchting, troost, onrust, angst en woede) gedurende veel maanden. Als de patiënt kan praten over zijn zorgen en gevoelens met iemand die hij vertrouwd (een vriend, arts, verpleegkundige, een andere patiënt met een CRT-apparaat), kan hij zich misschien gemakkelijker aan de nieuwe situatie aanpassen. Het doel is zo snel mogelijk een normaler leven te leiden.

Het schema voor de vervolgcontroles is afhankelijk van het type apparaat dat is geïmplanteerd, de gezondheidstoestand van de patiënt en de gebruikelijke procedures van de kliniek of het ziekenhuis. Meestal wordt een schema voor de vervolgcontrole opgesteld tijdens het eerste bezoek aan de arts na de implantatie van het apparaat. De controlefrequentie zal veranderen, waarbij controles vaker plaatsvinden tegen de tijd dat het apparaat moet worden vervangen.

Vervanging
Eén van de redenen om het apparaat te controleren is om er zeker van te zijn dat het correct functioneert. Na enkele jaren moet het apparaat worden vervangen aangezien de batterij leegraakt. De geleidingsdraden moeten bij sommige patiënten eerder worden vervangen dan bij anderen. Indien een test uitwijst dat de stimulatiefunctie van het systeem en/of de waarneming van de samentrekkingen van het hart door het apparaat, niet goed werken als gevolg van een defect aan één van de geleidingsdraden, kan de arts ervoor kiezen een nieuwe geleidingsdraad te implanteren. Meestal wordt dit gedaan op het moment dat het apparaat operatief wordt vervangen, maar niet altijd.





back
 

top