Leven met een ICD
Na uw ontslag uit het ziekenhuis zult u enkele maanden aan uw ICD moeten wennen. Praat erover met uw familie en vrienden. Ook al kan een ICD uw hartaandoening niet echt genezen, toch biedt hij u zekerheid. De eerste angst en twijfels verdwijnen meestal na een aantal gesprekken. In dit stadium kunnen patiëntenverenigingen zeer waardevol zijn voor patiënten met een ICD. De meeste patiënten wennen snel aan hun ICD. Ze beseffen dat ze de mogelijkheid hebben om weer een actief leven te leiden. In de meeste gevallen kan de ICD de gevolgen van een mogelijke tachycardie voorkomen en daarmee de kwaliteit van het leven van de patiënt verbeteren.
NIEUWE GEWOONTEN
Onmiddellijk na de ingreep dient u een aantal voorzorgsmaatregelen te nemen. Onderzoek het litteken en informeer uw arts indien dit rood wordt, zwelt of begint te lekken. De eerste dagen na de ingreep moet u te energieke bewegingen van de betrokken schouder vermijden zodat de littekenvorming normaal kan plaatsvinden. Daarna kunt u weer gewoon gaan bewegen; dit is zelfs beter voor de beweeglijkheid van de schouder. We adviseren u in het begin geen zware voorwerpen te tillen. Na overleg met uw arts mag u lopen, bepaalde sporten beoefenen of zwemmen. Draag geen te strakzittende kleding op het litteken om irritatie te voorkomen. Maak geen draaiende bewegingen met de armen; dit kan een te grote spanning op de geleidingsdraden veroorzaken. Zodra de wond is genezen, kunt u nieuwe activiteiten ondernemen. Wanneer uw arts geen bezwaren heeft en u zich goed voelt, kunt u al uw activiteiten hervatten. De meeste patiënten met een ICD kunnen al hun activiteiten hervatten omdat de angst voor een aritmie-aanval is verdwenen. Ze voelen zich veilig. Denk eraan dat u zich bij alle activiteiten beter moet voelen wanneer u uw normale leven hervat, en zeker niet slechter.
ICD-IDENTIFICATIEKAART
Na de implantatie krijgt u van uw arts een ICD-identificatiekaart. Deze moet u altijd bij zich dragen. Hij bevat belangrijke informatie voor u en uw arts over het geïmplanteerde apparaat. Mocht u de kaart verliezen, dan kan uw cardioloog u altijd een nieuwe kaart bezorgen. Bovendien moeten zorgverleners, zoals bijvoorbeeld uw tandarts, op de hoogte worden gebracht van het feit dat u een ICD draagt; het kan in bepaalde situaties nodig zijn bijzondere voorzorgsmaatregelen te nemen bij een medische tandverzorging of bij het voorschrijven van geneesmiddelen (sommige geneesmiddelen kunnen het hartritme beïnvloeden).
WAT TE DOEN IN NOODSITUATIES?
Indien een tachycardie optreedt, zal uw ICD proberen deze op een pijnloze manier te stoppen. Indien de behandeling geen resultaat heeft, zal een cardioversie- of defibrillatieschok worden afgegeven. U dient dan de volgende voorschriften na te leven:
- blijf rustig zitten of zoek een plaats waar u comfortabel kunt gaan zitten of liggen;
- vraag iemand bij u te blijven en een ambulance te bellen indien het probleem aanhoudt;
- neem contact op met uw arts of de medische hulpdienst indien u zich niet goed voelt na een ingreep door de ICD;
- voor uw veiligheid kan het nodig zijn u naar de dienst spoedgeallen te begeven van het dichtstbijzijnde ziekenhuis;
- ook als u zich goed voelt na de ingreep door de ICD, is het raadzaam contact op te nemen met uw cardioloog om hem op de hoogte te brengen van wat er gebeurd is. Hij zal u een aantal vragen stellen.
Niet alle patiënten ervaren de schok op dezelfde manier. Sommigen ervaren de puls als een hevige, zelfs pijnlijke schok in de borstkas. De spieren van de borstkas en de bovenarm kunnen samentrekken, soms zo hevig dat de patiënt opspringt. Maakt u zich echter geen zorgen, want dit betekent dat de ICD goed werkt. De patiënten ervaren dit meestal als noodzakelijk en geruststellend. Uiteindelijk is de hartritmestoornis gevaarlijk en niet de ICD. Dit geldt ook wanneer u flauwvalt. Het flauwvallen is te wijten aan de ritmestoornis en niet aan de defibrillatie. De patiënten met een ICD hebben over het algemeen het gevoel dat de ICD op het juiste moment ingrijpt om het levensbedreigende hartritme weer naar een normaal ritme te brengen.
VRAGEN & ANTWOORDEN
Kan ik het geïmplanteerde apparaat voelen?
Nauwelijks. Vanwege de beperkte omvang en het geringe gewicht zijn de moderne apparaten in het algemeen nauwelijks voelbaar. Zodra het litteken is gevormd, zijn de meeste patiënten aan hun ICD gewend.
Zijn lichamelijke inspanningen en sporten toegestaan?
De ICD is robuust. Hij beperkt uw activiteiten niet. Integendeel, u kunt weer dingen doen die eerder als gevolg van uw ziekte ondenkbaar waren. U kunt bijvoorbeeld fietsen, lopen, zwemmen of geslachtsgemeenschap hebben. U dient alleen voorzichtig te zijn met bepaalde sportieve activiteiten waarbij u een slag op de borst kunt krijgen of waarbij u grote draaiende bewegingen met de armen moet maken.
Is het apparaat zichtbaar onder de kleding?
Nee. De huidige apparaten zijn zo compact dat ze in een kleine onderhuidse holte ter hoogte van de borstkas kunnen worden geïmplanteerd.
Zal de ICD mijn hartaandoening genezen?
Dit apparaat is geïmplanteerd omdat uw ziekte op geen enkele manier volledig te genezen is. De ICD kan u echter beschermen tegen de gevaarlijke gevolgen van tachycardieën of ventrikelfibrillatie ten gevolge van uw hartziekte. Het kan u bovendien bevrijden van de angst die voorheen uw leven beheerste.
Kan ik zonder problemen reizen?
Ja! Uw ICD biedt u volledige mobiliteit. U kunt ook naar het buitenland reizen. Breng uw arts van uw plannen op de hoogte. Hij kan u adressen in het buitenland geven waar u in geval van nood terecht kunt. U moet uw ICD-identificatiekaart altijd bij u hebben; u kunt dit het beste bij uw paspoort bewaren. Toon uw ICD-identificatiekaart aan het veiligheidspersoneel van de luchthaven; u wordt dan niet met een metaaldetector onderzocht. Zie ook www.medtronic.com/traveling/. Klik op "Handleiding" voor informatie over het gebruik van deze site.
Kunnen de antidiefstalinstallaties van warenhuizen van invloed zijn op de ICD?
Ja. Ze zijn niet gevaarlijk, maar u kunt het beste snel door de poortjes lopen om beïnvloeding van de ICD te vermijden.
Hoe lang functioneert het apparaat?
De ICD heeft een gemiddelde levensduur van 5 tot 10 jaar, afhankelijk van het type en van het aantal door het apparaat toegediende behandelingen. Hoe minder vaak het apparaat in werking hoeft te treden, hoe langer de levensduur van de batterij.
Hoe weet de arts dat het apparaat moet worden vervangen?
Tijdens de vervolgcontroles controleert de arts de spanning van de batterij. De ICD geeft tijdig aan wanneer de batterij bijna leeg is. Wanneer de batterij bijna leeg is, moet de arts een afspraak maken om het apparaat te vervangen.
Moet ik na implantatie van het apparaat mijn behandeling blijven volgen?
Uw cardioloog zal aangeven welke geneesmiddelen u moet nemen. Stop nooit op eigen initiatief met het innemen van geneesmiddelen. Neem nooit nieuwe geneesmiddelen zonder dit eerst met uw arts te bespreken.
Wat voel ik tijdens de door het apparaat afgegeven schok?
De beschrijvingen van de elektrische schok verschillen sterk van patiënt tot patiënt. Sommigen die bij bewustzijn waren tijdens de schok, voelden een kortstondige angst. Anderen voelden een hevige of minder hevige schok in de borstkas.
Is de elektrische puls altijd krachtig?
Nee. Tijdens een tachycardieaanval geeft de ICD eerst minder krachtige stimulatiepulsen af. Indien deze niet voldoende zijn om een normaal ritme te herstellen, treedt cardioversie in werking. Dit betekent dat een sterkere elektrische schok wordt afgegeven. Defibrillatie vindt alleen plaats bij een heel snelle, ventriculaire tachycardie of bij ventrikelfibrillatie.
Kan een persoon die de patiënt tijdens of net na de schok aanraakt, gewond raken?
Nee! De elektrische schok die door de ICD wordt afgegeven, gaat heel snel door het hart en de elektrische lading verdwijnt dan meteen. Indien een persoon u net op het ogenblik van de elektrische schok aanraakt, bijvoorbeeld uw hand vastheeft, kan dit een matige, onschadelijke spierreactie veroorzaken en kan de hand samentrekken.
Wat is het nut van de vervolgcontroles als het apparaat toch automatisch werkt?
De vervolgcontroles zijn heel belangrijk. Tijdens deze onderzoeken kan de arts het litteken, de lading van de batterij en de werking van het apparaat controleren. Hij controleert ook hoe vaak het apparaat sinds het laatste onderzoek een ritmestoornis heeft opgespoord en behandeld. In overleg met uw behandelend cardioloog kan hij aan de hand van de gegevens van het apparaat uw behandeling bijstellen en eventueel verkeerde instellingen opsporen. Bovendien kan hij het apparaat herprogrammeren om het zo goed mogelijk aan mogelijke veranderingen van uw gezondheidstoestand of aan uw behoeften aan te passen.
Is een zwangerschap mogelijk met een ICD?
Ja. Alle zwangerschappen van patiënten met een ICD zijn normaal verlopen en de kinderen waren gezond. Het is echter wenselijk een mogelijke zwangerschap met uw cardioloog te bespreken (in verband met uw hartaandoening).
Wat moet ik doen indien de ICD een geluidssignaal laat horen?
Vooral niet in paniek raken: dit signaal betekent alleen dat u contact met uw arts moet opnemen.
