Medtronic
Medtronic
Medtronic
Medtronic Home | Over Medtronic | Gezondheidsinformatie | Informatie voor patiënten | Informatie voor professionele zorgverleners
   
   
   
Medtronic
Medtronic

Medtronic
Medtronic

Vervolgcontroles

De arts die uw ICD heeft geïmplanteerd, moet afspraken maken voor de vervolgcontroles. Tijdens deze bezoeken kunt u niet alleen de klachten bespreken die u tijdens de werking van de ICD hebt ondervonden, maar ook uw problemen en zorgen. Uw arts kan u alleen helpen indien u hem alle informatie geeft. Dit kunnen gezinsproblemen zijn, maar ook uw komende vakantiebestemming. Vraag hem welke sporten u mag beoefenen. Aarzel niet om niet alleen dagelijkse, maar ook bijzondere aspecten te bespreken. Behalve deze specifieke afspraken dient u uw arts ook voor alle bijzondere gevallen te raadplegen. Bijvoorbeeld wanneer uw apparaat een schok heeft afgegeven. U dient hem ook te melden hoelang de aritmieklachten ongeveer hebben geduurd  Raadpleeg uw arts wanneer het litteken ontstekingsverschijnselen vertoont (zwelling, warmte, roodheid of doorsijpelen) of wanneer u 2 of 3 dagen achtereen koorts hebt. Uw arts moet ook op de hoogte worden gebracht van onverklaarbare klachten die eventueel al voor de implantatie van de ICD aanwezig waren. Raadpleeg uw arts alvorens u bijzonder belastende of gevaarlijke sporten gaat beoefenen zoals duiken of vliegen. Zoals is uitgelegd in de Gezondheidsinformatie onder "Plotselinge hartstilstand - Wat is een ICD?,” voert uw ICD een automatische zelftest uit. Bij bepaalde functiestoornissen kan het apparaat op een vast tijdstip een geluidssignaal laten horen; dit is afhankelijk van de instellingen van uw ICD. Indien u een  geluidssignaal hoort, neem dan contact op met uw arts In principe dient u uw ICD-identificatiekaart altijd bij u te dragen en aan andere artsen die u raadpleegt, te tonen. Zorgverleners die met uw zorg zijn belast, zoals bijvoorbeeld uw tandarts, moeten op de hoogte worden gebracht van het feit dat u een ICD draagt: het kan namelijk nodig zijn bijzondere voorzorgsmaatregelen te nemen bij een tandartsbehandeling of bij het voorschrijven van geneesmiddelen (sommige geneesmiddelen kunnen het hartritme beïnvloeden).

APPARATUUR EN MEDISCHE SYSTEMEN

Indien u een operatieve ingreep moet ondergaan, dient u uw arts te informeren dat u een ICD draagt. Sommige medische ingrepen kunnen de werking van de ICD beïnvloeden. Externe defibrillatie, elektrochirurgie, diathermie, lithotripsie of radiotherapie kunnen de werking van uw ICD verstoren en mogen niet zonder voorzorgsmaatregelen worden toegepast. Krachtige magneten zoals deze die bij MRI (Magnetic Resonance Imaging)-systemen worden gebruikt, kunnen de ICD onherstelbaar beschadigen. ICD-dragers mogen dus geen onderzoeken met dit soort systemen ondergaan. De blootstelling van uw ICD aan ultrasone golven is ook af te raden omdat dat onherstelbare schade aan uw apparaat kan toebrengen.

WANNEER MOET EEN ICD VERVANGEN WORDEN?

De levensduur van de batterij van de ICD bedraagt 5 tot 10 jaar, afhankelijk van het type, de frequentie en de intensiteit van de gegenereerde pulsen. Het leegraken van de batterij kan door controle van de ICD tijdig worden opgespoord. Omdat de batterij een onlosmakelijk onderdeel van de ICD is, moet het gehele apparaat worden vervangen wanneer de batterij leeg is. De arts maakt een insnede op het litteken van de eerste ingreep en verwijdert de oude ICD. De geleidingsdraden die zich reeds op hun plaats bevinden, worden gecontroleerd en op de nieuwe ICD aangesloten. Vervolgens wordt de nieuwe ICD getest en in de bestaande onderhuidse holte geplaatst. In sommige gevallen is het nodig de geleidingsdraden te vervangen.

Daarna maakt de arts afspraken voor de vervolgcontroles. Nadat de arts het litteken heeft bekeken, controleert hij of de ICD correct werkt en of de batterij goed functioneert. Hij controleert ook het aantal opgespoorde en behandelde ritmestoornissen sinds de laatste controle. Indien nodig herprogrammeert hij de ICD, afhankelijk van de gezondheidstoestand van de patiënt.

De voorgeschreven geneesmiddelen moeten regelmatig worden ingenomen, want ze beïnvloeden de werking van de ICD. De behandeling is alleen dan optimaal wanneer deze voorschriften worden nageleefd. Het eerste controlebezoek vindt gewoonlijk één à drie maanden na de implantatie plaats. Een volgende controle wordt drie à zes maanden later uitgevoerd.





back
 

top